Van elke toeristengulden op Curaçao verdwijnt 58 cent naar het buitenland

· - leestijd 5 minuten
Afbeelding

De spectaculaire groei van het toerisme op Curaçao heeft een keerzijde die steeds moeilijker te negeren is. Econoom Roland O.B. van den Bergh waarschuwt dat infrastructuur, natuur en samenleving de groei nauwelijks kunnen bijbenen, terwijl een groot deel van de toeristische bestedingen het eiland weer verlaat en de opbrengsten ongelijk verdeeld zijn. Volgens hem ontbreekt vooral één ding: een samenhangend economisch toerismebeleid dat de groei stuurt voordat de grenzen van wat Curaçao aankan worden overschreden.


door | Roland O.B. van den Bergh

Na Covid kent Curaçao een ongekende expansie in het toerisme. De aantallen en percentages waren én zijn spectaculair te noemen. Een succesverhaal. Een verhaal dat gaat over de sterkste groei van het verblijfstoerisme in de Caribbean, over een record aantallen cruisetoeristen, over bijna een verdubbeling van het aantal hotelkamers en appartementen voor toeristische verhuur sinds 2019, over hogere bezettingsgraden en betere RevPAR’s.

Maar, de samenvatting van de Tourism Carrying Capacity study, opgesteld door de Sustainable Travel International en de George Washington University, houdt ons de spiegel voor hoe het er werkelijk met het Curaçaose toerisme voor staat.

De toeristische spiegel

Het spiegelbeeld laat een minder rooskleurig beeld zien. Het laat acute knelpunten zien van onvoldoende capaciteit op Hato, een volrakende landfill, een afnemende biodiversiteit en kustwateren waar het met de kwaliteit van het zeewater slecht gesteld is. Daarnaast verdienen de overvolle wegen, de riolering, de nutsvoorziening, de kwaliteit en capaciteit van de toeristisch attracties de nodige aandacht.

Ook is de bijdrage van de toerist aan de economie beperkt. Van elke gulden die een toerist spendeert vloeit 58 cent naar het buitenland. De tourism experience is vooralsnog goed, maar staat onder druk door het overtoerisme. Geen aandacht hieraan besteden leidt ertoe dat we uiteindelijk de kip met de gouden eieren aan het slachten zijn.

Hoewel toerisme gezien wordt als wenselijk voor het eiland omdat het inkomen en werkgelegenheid creëert, heerst en groeit er onvrede onder grote delen van inwoners van Curaçao over de negatieve effecten die het toerisme veroorzaakt. Daarbij gaat de discussie vaak over de overvolle stranden, de druk op de collectieve voorzieningen, de prijsstijgingen en het gebrek aan betaalbare woningen.

Het tendeert volgens de Carrying capacity studie naar: “a community that is absorbing more than its fair share of tourism’s costs while seeing insufficient return”. Het risico is dat bij de huidige trend het welzijn van de gemeenschap en de aantrekkelijkheid van Curaçao voor toerisme afneemt. Daarom kiezen de opstellers van de Carrying capacity study, duidelijk NIET voor een vrije markt ontwikkeling maar voor een door de overheid aangestuurde ontwikkeling van het toerisme.

Toerisme aansturen?

De studie geeft klip en klaar aan dat er in de uitvoering van het toeristisch beleid wat fout zit. Eigenlijk is nooit sprake geweest van een toeristisch beleid op Curaçao nadat in 1960 de overheid de verantwoordelijkheid, die eerst bij de Kamer van Koophandel lag, naar zich toe trok. Er werden toeristisch masterplannen geschreven in opdracht van het toeristenbureau maar de aanbevelingen werden nooit serieus uitgevoerd.

De fout ligt niet bij het Curaçao Tourism Bureau (CTB) aangezien die een uitvoerende instantie is die vooral Curaçao als toeristenbestemming op de kaart moet zetten. Beleid zou, vroeger bij het Sociaal-Economisch Planbureau, daarna bij de Dienst Economische Zaken en na 10-10-10 bij het huidige Ministerie van Economische Ontwikkeling moeten liggen. Daar ligt het niet, het toeristisch beleid ligt feitelijk overal en NERGENS.

Geen toeristisch beleid

Er was en er is geen economisch toeristisch beleid voor Curaçao; niet in het verleden en niet in het heden. Waarom niet?

In de periode vanaf 10-10-10 tot heden kende het Land Curaçao 11 kabinetten met 11 verschillende ministers van economische ontwikkeling. Door de vele politieke wisselingen lukte het niet om tot een serieus toeristisch economisch beleid te komen, laat staan om het uit te voeren.

Kenmerk van de aanpak van vrijwel elke nieuwe minister van economische ontwikkeling is het “plukken van het laaghangende fruit”. Los van het feit dat er niet zoveel te plukken viel, kwam het niet tot uitvoering van het toeristisch masterplan. Het bleef vooral bij buitenlandse reisjes, beurzen aflopen, congressen bezoeken en lintjes doorknippen.

De minister van economische ontwikkeling heeft daarnaast ook weinig over toerisme te vertellen. Dat is ook begrijpelijk omdat de verantwoordelijkheden voor de verschillende onderdelen van het toerisme op het terrein liggen van de andere ministers en NIET bij de minister en het ministerie van economische ontwikkeling.

Ten tijde van het bestuurscollege gold nog collegiaal bestuur. Bij het Land Curaçao is elke minister verantwoordelijk voor zijn eigen beleidsterrein. De focus van een minister ligt derhalve op het eigen beleidsterrein en de eigen ministeriele verantwoordelijkheid en niet op samenwerking en afstemming met collega-ministers. Bij een regering die bestaat uit coalitie van verschillende partijen bleek samenwerking moeizaam. Zelfs nu met een een-partij regering is samenwerking vaak ver te zoeken.

Voor een duurzame economisch-toeristisch ontwikkeling zijn budget om beleid uit te voeren, fiscale incentives en subsidies noodzakelijk (Financiën), moeten er gronden in erfpacht, bouwvergunningen afgegeven worden en het Eilandelijk Ontwikkelingsplan aangepast worden (VVRP), dient er rekening gehouden worden met natuur en milieu (GMN), is een flexibele arbeidsmarkt en snelle afgifte van werkvergunningen nodig (SOAW), hebben we een goed opgeleid en geschoold arbeidskader nodig (OWCS), is er moderne wetgeving nodig die o.a. red tape tegengaat (Justitie en AZ), en ga zo maar door.

Het eigen politiek terrein van de minister van Economische Ontwikkeling is zeer beperkt: hij of zij heeft het kleinste ministerie, het kleinste budget van alle ministeries en de minste beleidsinstrumenten. Als dan ieder ministerie vanuit zijn eigen ivoren toren functioneert en interministeriële samenwerking nagenoeg ontbreekt komt een duurzaam economisch toeristisch beleid nooit tot stand. De opstellers van de Carrying capacty study erkennen dit ook en hebben het over “critical system contraints: requiring cross governance respons”.

De bouw van het nieuwe Majestic Hotel in hartje Punda is bijna klaar

Sommigen winnen, velen verliezen

De hoeveelheid toeristische projecten en appartementen voor toeristische verhuur en/of tweede woning in aanbouw of nog op de tekentafel, is enorm. Tot 2030 komen er nog duizenden units bij. Voor de groep van hotels, appartement/airbnb-eigenaren, horeca, projectontwikkelaars en toeleveranciers zijn dit commercieel goede en prettige tijden. Dit geldt ook voor de Curaçaoënaar die op zijn koraal, stukje grond van de familie of op in het erfpacht verkregen kavel van Domeinbeheer een paar appartementen heeft bijgebouwd voor toeristisch verhuur.

Het zijn ook gouden tijden voor de aannemers en bouwvakkers die -vanwege de schaarste- topprijzen kunnen vragen. Sommigen profiteren van de groei in het toerisme, maar er staan ook hele groepen buitenspel die niet profiteren en daarbovenop opgezadeld worden met de nadelen die de groei van toerisme veroorzaakt. De verschillen worden alleen maar groter.

De conclusie die voor Curaçao als geheel geldt is dat een visie en daarmee samenhangend beleid en uitvoeringsplan node ontbreekt. Een plan waar overtoerisme, druk op voorzieningen, infrastructuur, kwaliteit van het product en ook de zorg dat iedereen zijn fair share krijgt aan de orde komt.

Gevoelens van toeristisch ongemak

We hebben derhalve op dit moment een stoofpot bestaande uit de carrying capacity studie, het tourism masterplan (in wording), de ministeries met elk hun eigen beleidsverantwoordelijkheid en de standpunten die maatschappelijke groeperingen en belangenorganisaties over het toerisme hebben. Het ministerie van economische ontwikkeling roert in deze stoofpot. Het tijdraam om gedurfde beslissingen te nemen (gesproken wordt over ‘bold decisions’) én uit te voeren is minder dan twee jaar, volgens de auteurs van de carrying capacity studie.

Veel tijd voor het roeren in de stoofpot is er dus niet; door laten pruttelen is geen optie. Het voeren van eindeloze discussies, additionele onderzoeken en interdepartementale pingpong wedstrijden moet afgelopen zijn. De grote vraag is: zal het gebeuren? Worden daadwerkelijk knopen doorgehakt, worden bold beslissingen genomen, wordt de uitvoering met voortvarendheid aangepakt? De toeristische masterplannen sinds 1960 evaluerend en recente ervaringen met het landspakket tonen aan dat de overheid een slecht track record heeft daar waar het gaat om uitvoeren van plannen en beleidsvoornemens. Het geeft mij een gevoel van toeristisch ongemak. Maar Past experience does not guarantee future result. In het belang van Curaçao, laten we het hopen!


Roland O.B. van den Bergh is econoom, oprichter, oud-voorzitter bestuurslid van de Association of Dutch Caribbean Economists. Hij is onderzoeker en management consultant bij Curconsult, gevestigd te Willemstad, Curaçao en heeft in die hoedanigheid sinds 1991 circa 550 onderzoeken en consultancy projecten uitgevoerd op alle Caribische (ei)landen van het Koninkrijk op gebied van economie (beleid, analyse, evaluatie en formulering), good governance, good corporate governance, onderwijs, arbeidsmarkt, marktonderzoek, concurrentie en business development. Het artikel is op persoonlijke titel geschreven.


510 keer gelezen

Deel dit artikel: